De Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) is ingericht in het raamwerk.
Als eerste bepaalt het salarissysteem of de toe te passen drempelvrijstelling op de RVU-uitkering valt onder de ’36-maanden eis’,. De ’36-maanden eis’ betekent dat de uitkering binnen 36 maanden ligt voor de datum waarop de werknemer AOW-gerechtigd wordt.
Valt de uitkering binnen die 36 maanden, dan wordt de drempelvrijstelling berekend.
Als peildatum voor aanvang van de RVU-uitkering wordt de begindatum van de loonopdracht gehanteerd. Ook wordt automatisch bepaald of de aanvangsdatum ligt tussen 01-01-2021 en 31-12-2025.
In de berekening wordt bepaald op hoeveel maanden drempelvrijstelling de werknemer recht heeft. Bij een eenmalige uitkering zijn de begindatum van de loonopdracht en de datum waarop de werknemer AOW-gerechtigd wordt bepalend hierin. In geval van een periodieke uitkering wordt telkens een termijn van 1 maand in de berekening betrokken tot een maximum van 36 maanden.
De berekening is eenvoudig:
RVU-drempelvrijstelling = Aantal berekende maanden * vrijstellingsbedrag per loontijdvak
De uitkomst wordt verrekend met het uitkeringsbedrag.
Het resterende bedrag wordt automatisch doorgestuurd naar de juiste looncode.
Voor zowel het berekend aantal perioden als het cumulatief bedrag van de drempelvrijstelling wordt de waarde vastgehouden in cum velden.