Op het moment dat een werknemer een ontslag- of werkloosheidsuitkering krijgt na zijn ontslag, loopt de pensioenopbouw gedeeltelijk door.
In januari van elk jaar wordt het pensioengevend inkomen ABP in het salarissysteem vastgesteld op basis van de peildatumsystematiek. Voor werknemers met een aard deelnemerschap WOU (Werknemer met ontslaguitkering oftewel een wachtgelduitkering) of WWU (nieuwe (boven- of nawettelijke) WW-uitkering vanaf 1 januari 2007) is dit niet correct.
De hoogte van het pensioengevend inkomen bereken je met het salaris waarover de ontslaguitkering is berekend. Dit pensioengevend inkomen pas je daarna elk jaar aan met de loonindex van de cao-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen voor de cao-sector overheid. Dit percentage publiceert het ABP op hun website (Indexcijfer ABP) en jaarlijks op het overzicht Premiepercentages en franchisebedragen:
Vanaf 2022 is het verplicht om het indexcijfer van ABP te gebruiken. In 2026 is dat 2,28%. Als er een ander percentage is gebruikt, dan is het nodig om een heraanlevering van de pensioenaangifte te doen over het hele jaar 2026.
In HR Enterprise muteer je het nieuwe jaarloon in de volgende rekencodes:
- Rekencode 3920 hm Opg afw Jaarloon ABP
- Rekencode 3923 hm Opg afw Jaarloon AOV
- Rekencode 3928 hm Opg afw Jaarln alle regel.
- Rekencode 3929 hm Opg afw Pseudo Jaarln
Deze rekencodes muteer je met terugwerkende kracht vanaf januari om het hele jaar te corrigeren. Dit doe je door de ingangsdatum 01-01-yyyy op te geven bij de mutatie.